22-06-08

Terugblik op... zaterdag 7 juni

 

Tuinreis naar de streek rond Brugge

 

MG, Vasteplantenborder copy 2

Onder een egaal grijze lucht en met wat druilerige regen kwamen we aan in De Roobaard in Ruddervoorde, waar Mia Gevaert ons aan het tuinhek stond op te wachten. En dan blijkt weer dat een mooie tuin ook zonder zon weinig van zijn aantrekkingskracht verliest. Mia leidde ons rond door de binnentuin, aan drie kanten beschermd door muren. Die geven juist dat ietsje méér bescherming dat nodig is om bv. Genista aetnensis (boombrem) of Albizia julibrissin in ons klimaat te kunnen kweken. Verder veel grijsbladige planten en o.a. een grote groep Amsonia (waarvan de soortnaam mij ontgaan is) met mooie helderblauwe sterretjes. Tegen het hek stond Rosa ‘Buff Beauty’ haar naam eer aan te doen, terwijl hydrangea’s in de schaduw van de garage hun tijd afwachtten om te schitteren. Alleen al in die binnentuin had ik gemakkelijk een uur kunnen ronddwalen. Maar met de roos ‘Gruss an Aachen’ keerden we dit stuk tuin de rug toe om op het terras bij de verhoogde border te komen: verhoogd omdat daar bij de verbouwing van de hoeve veel puin gestort werd. Voorzien van een laagje teelaarde is het nu het domein van o.a. eryngiums en sedums, terwijl de kleine Erigeron karvinskianus alle lege plekjes in perk en steunmuur heeft ingepalmd.

 

 

 

 

Zelfs zonder zon roken we de rozen voor we ze zagen, in de formele rozentuin. Veel oude soorten, maar ook Austinrozen, die de geur en de bloemvorm van de oude rozen hebben maar beter doorbloeien. En moschatahybriden, al dan niet van Louis Lens. Een mooi halfrond buxusmassief sluit de rozentuin af, en lokt het oog naar het omliggende landschap.

We gaan verder via de pergola die op dit moment vol rozen hangt: van ‘Albertine’ o.a, en ‘Veilchenblau’. Aan hun voeten bloeien nog de laatste pioenen.

Dan leidde Mia ons door de dubbele vasteplantenborder: we werden er stil van. Niemand van ons had ooit Cenolophium denudatum (zie foto) gezien, een mooie groenigwitte schermbloemige, een rustpunt in de kleurige border, en een mooi horizontaal accent tussen opgaande salvia’s en galega’s. Volgend jaar beschikbaar bij Danielle Monbaliu!Vervolgens de bostuin, met de speciale helleborussen, de mooie varens, de epimediums, de hosta’s en zoveel meer. En de mooie natuurlijke vijver met oeverbeplanting van irissen, Darmera peltata, vele grassen, astilbes enz.
Met spijt omdat het al voorbij was namen we afscheid, door Mia Gevaert  nagewuifd.
We bleven weliswaar in de gemeente Oostkamp, maar die wordt door de autosnelweg in twee gesneden, zodat we toch een heel stuk moesten rijden voor we aankwamen in De tuin van Maurice, bij Maurice Vergote. Daar wachtten ons honderden meters border, volgepakt met de mooiste vaste planten: een waar luilekkerland voor VVPV-ers, mede dankzij het commentaar van Maurice.

 

 

 

Na een kleine twee uur kijken, vragen, ervaringen uitwisselen enz. mochten we onze meegebrachte boterhammetjes opeten in de ontvangstruimte. En daar wachtte een tweede aspect van luilekkerland: een grote schaal vol mooie aardbeien, een andere torenhoog gevuld met koekjes (en wat voor koekjes!) en alsof dat niet genoeg was een doos chocolaatjes. Het was hart- en voetverwarmend. Er bleef nog even tijd om in Maurice’ kleine kwekerij rond te neuzen, voor de chauffeur ons naar kwekerij Epimedium, bij Daniëlle Montbaliu bracht, nog altijd in Oostkamp, maar in het gehucht Meulestee. Daar wachtten ons koffie en…plantjes!! Laat VVPV-ers los in een kwekerij en ze zijn gelukkig.

De chauffeur moest dus even geduld oefenen voor hij ons naar onze laatste halte kon brengen: Het Kasteel van Oostkerke bij Damme. De bewoners waren niet thuis, maar de ontvangst was in de capabele handen van onze gids Frans Tytgat.
Zeggen dat dit een mooie tuin is, is een understatement. Met uitzondering van de torens is het kasteel vervangen door een groot landhuis in L-vorm. In de binnenhoek  die door de poten van de L gevormd wordt, liggen twee omsloten tuinen: de kleine, langwerpige Mariatuin met mooie borders rond een stenen pad en een centraal met mos begroeid perk, en een ruime tuin met grasveld en borders direct aansluitend bij het huis. Maar ook hier is boven de ronde hagen steeds de polder te zien. Tussen metershoge taxushagen die de blik naar de verte leiden loopt dan een smal pad naar beneden. Daar “stoot “men op een lange waterpartij, die dwars op de haag staat en doet denken aan de sloten in de polders of de slotgracht van een kasteel. Maar hier groeien irissen aan de oevers, en wat verderop andere oeverplanten en rozen. Vanaf hier is de tuin volledig open naar het landschap toe, hoewel kunstig ineengevlochten hagen kwajongens en kwaadwilligen buiten houden. Nergens echter hinderen ze de de blik op het landschap; de schonkige lijven van de koeien die in de wei ernaast liggen te rusten, zijn boven de hagen zichtbaar. Naar de noordkant heeft men zicht op een dubbele rij populieren, hun kruinen verbogen door de westenwind, met op het einde de witte romp van een oude molen. In zuidelijke richting is er de eindeloze polder, terwijl aan de noordkant de robuuste toren van de dorpskerk het kasteel bij het dorp betrekt.

 

 

De tuin is ontworpen door Mien Ruys, met wie de toenmalige eigenares kennis had gemaakt op een kostschool in Engeland. Mien Ruys liet de grondvesten van de oude kasteelmuren opmetselen en legde er paden op aan, zodoende het grondplan van het middeleeuwse kasteel bewarend. Ze plantte massa’s knotwilgen en dichter bij het huis taxus- en buxushagen. Grote grasvelden maken de link met omliggend weiland. De hoogteverschilllen werden opgevangen met terrassen, en tegen de wanden ervan liggen borders. Mien Ruys stond sterk onder invloed van Gertrude Yekill vijftig jaar eerder. Borders die ontworpen zijn om op een bepaald moment op hun hoogtepunt te zijn (lente,zomer, herfst) maar die ook op andere momenten interessant moeten blijven, zijn typerend voor Yekill en later voor Mien Ruys, evenals het kleurgebruik in de border: beginnend met zachte kleuren grijs, roze en blauw, geleidelijk aan overgaand in geel, fel oranje en rood.

Aansluitend bij de zijgevel van een van de vleugels van het gebouw ligt naast de slotgracht nog een formele buxustuin, verderop een rozentuin, terwijl ook de oude moestuin grotendeels rozentuin geworden is. Aan de andere zijkant van het huis vormen grote taxusfiguren een tegenwicht voor de kloeke toren op de achtergrond. Oostkamp 3, copy      

 

05-06-08

Terugblik op...zaterdag 24 mei

Bezoek aan arboretum Het Leen te Eeklo en kwekerij Happy Garden te Deinze

DSCN0810copy

Met een verkwikkend zonnetje vertrokken we met 22 leden kostendelend rijdend naar Eeklo, waar  de nationaal voorzitter van VVPV, José De Buck ons rondleidde in Het Leen. De magnolia’s mochten dan al grotendeels uitgebloeid zijn evenals enkele rhododendrons/azalea’s, vele mooie cultivars stonden nog prachtig en samen met de vele soorten cornus, kalmia’s en vele andere weinig bekende heesters en bomen inspireerden ze velen tot het nemen van een foto of het noteren van de juiste naam. Aan de andere kant van de weg ligt het jongere deel van het arboretum, waar we even ons hoofd binnen staken in de nieuwe ommuurde tuin, om vervolgens te dwalen langs borders met vaste planten, grassen, vele buxussoorten en weer andere interessante heesters, steeds voorzien van José’s kundig commentaar. Na twee uur rondleiding namen we met veel dank en achterlating van enkele Pajotse bieren afscheid van José. We komen hier vast nog eens terug in een ander seizoen.

Het was ook een goede gelegenheid om kennis te maken met Micheline Leclercq, die een paar weken tevoren zich als 100ste lid bij VVPV-Pajottenland had aangesloten (we rekenen de mensen uit Leuven even niet mee). Ze kreeg als kleine attentie de gids van Paul Geerts over Gaasbeek en Groenenberg overhandigd.

 



 

GPS stuurde ons vervolgens langs verschillende wegen naar Deinze, waar Guy Windels een kleine kwekerij heeft van iris, hemerocallis, hosta, pioen en papaver. Koffie en thee stonden op ons te wachten. De irissen waren in volle bloei: je kon er niet naast kijken. Voor hemerocallis was het nog wat te vroeg; Guy vertelde dan maar een en ander over de haken en ogen die aan het kweken en vooral importeren van materiaal uit de VS verbonden zijn. Ondertussen was menig oog gevallen op de hosta’s: veel mooie soorten, zowel in kleine als in grotere potten verkrijgbaar. En daar word je zo hebberig van…. Heel wat planten zullen ondertussen een nieuwe thuis gevonden hebben in het Pajottenland; sommige deelnemers zaten gelukkig maar met drie personen in een auto, anders hadden de planten er niet bijgekund!

 

 

 

 

 

 

 

Links ons honderdste lid, in de bloemetjes